12 - Trapcijfers en akkoordsymbolen


In de klassieke harmonisatie maken we gebruik van trapcijfers. Elk akkoord krijgt een benaming waaruit afgelezen kan worden op welke trap van de toonsoort het staat. Als parate kennis wordt dan verwacht dat we weten of we te maken hebben met een majeur- of mineurdrieklank of een verminderde drieklank.
Omdat we binnen de klassieke harmonieleer heel bewust omgaan met de akkoordverbindingen, is het daarom handig dat we aan het trapcijfer meteen een functie van dit akkoord binnen de toonsoort kunnen koppelen. Bovendien geeft het trapcijfer de ligging van het akkoord aan.


In de lichte muziek worden akkoordsymbolen gebruikt, die geen fuctionaliteit van het betreffende akkoord aangeven, maar wel de grondtoon en de vorm, namelijk grote drieklank, kleine drieklank of septiem-akkoord.
Door middel van een schuine streep en een extra letter achter het symbool, wordt aangegeven welke toon als bastoon in het akkoord fungeert.

Een hoofdletter zonder toevoegingen betekent: grote drieklank (majeur).
Een hoofdletter met de toevoeging "m" betekent: kleine drieklank (mineur).
Een hoofdletter met de toevoeging "7" betekent: dominant-septiem-akkoord (zeven).
Een hoofdletter met de toevoeging "m7" betekent: klein septiem-akkoord (mineur-zeven).